Niveau A1: wat moet je kunnen voor het examen?
Voor het basisexamen inburgering buitenland heb je niveau A1 nodig. Dat is geen vaag "een beetje Nederlands", maar een vastgelegd niveau uit het Europees Referentiekader (ERK, internationaal CEFR) — de schaal waarmee in heel Europa taalvaardigheid wordt gemeten. A1 is daarvan het eerste van zes niveaus: het instapniveau.
Wat kun je op niveau A1?
Op A1 begrijp en gebruik je alledaagse uitdrukkingen en heel eenvoudige zinnen, gericht op praktische dingen die je direct nodig hebt. Je kunt jezelf en iemand anders voorstellen, en vragen stellen en beantwoorden over waar je woont, wie je kent en wat je hebt. Je kunt een eenvoudig gesprek voeren, op voorwaarde dat de ander langzaam en duidelijk praat en bereid is je te helpen.
Wat je níét hoeft te kunnen
Je hoeft geen foutloze grammatica te hebben en geen grote woordenschat. Je hoeft geen snel gesproken Nederlands te volgen, geen krant te lezen en geen gesprek over abstracte onderwerpen te voeren. Dat komt pas op hogere niveaus. Wie op A1 begrepen wordt in gewone, dagelijkse situaties, voldoet.
Waar geldt A1 op het examen?
Het basisexamen heeft drie onderdelen, maar A1 slaat op twee daarvan: Spreken en Lezen. Dat zijn de taalonderdelen. Het derde onderdeel, Kennis van de Nederlandse Samenleving, is geen taaltoets — daar wordt gemeten wat je over Nederland weet. De vragen zijn wel in eenvoudig Nederlands gesteld, dus je taalniveau speelt er indirect toch in mee.
Hoe deze site op A1 mikt
De lessen en de woordenlijst zijn op dit niveau gebouwd: alledaagse woorden, korte zinnen en teksten van een paar regels, met plaatje, uitspraak en vertaling erbij. Geen uitzonderingen, geen zeldzame woorden en geen lange teksten — die horen niet bij A1 en kosten alleen tijd.
Woordenlijst▾
De A1-woordenlijst van deze methode telt ongeveer 1200 unieke woorden en is opgesteld op basis van openbare corpusdata van het Nederlands en officiële didactische bronnen voor het Basisexamen Inburgering Buitenland.
Bronnen:
• Corpus Gesproken Nederlands (CGN) — Nederlandse Taalunie / Instituut voor de Nederlandse Taal (IvdNT). Frequentielijst top 5000 lemma's uit gesproken Nederlands.
• SoNaR-500 referentiecorpus — 500 miljoen woorden geschreven Nederlands (kranten, tijdschriften, web, nieuwsberichten). Frequentielijst top 5000 lemma's (IvdNT).
• Algemeen Nederlands Woordenboek-corpus (ANW) — woordenboek-corpus van het IvdNT. Frequentielijst top 5000 lemma's.
• Naar Nederland werkboek (uitgave Boom NT2 / Stichting Inburgering) — officieel door DUO aanbevolen voorbereidingsmateriaal voor het Basisexamen Inburgering Buitenland. 819 lemma's plus vaste verbindingen die de kerncommunicatieve thema's van het examen dekken.
• Taalprofielen 2015 (SLO / Nederlandse Taalunie) — Nederlandse vertaling en operationalisering van het Europees Referentiekader (ERK). Wordt gebruikt als toetssteen voor A1-relevantie via de can-do-descriptoren.
Samenstelling:
De kernlijst is opgebouwd uit een corpus-gestuurd kerlexicon van circa 600 lemma's op basis van de gemiddelde rang over CGN + SoNaR-500 + ANW. Een lemma moet in ten minste twee van de drie corpora voorkomen om in aanmerking te komen — zo worden subtitle-bias, krantenbias en woordenboek-bias tegelijk gefilterd. Op deze kern is een ruisfilter toegepast op spreekvullers (uh, hm), Belgisch-Vlaams specifieke woorden (brussel, vlaams, frank) en abstracte krantentaal (minister, commissie, niveau, systeem).
Vervolgens is de lijst aangevuld met inburgering-specifiek vocabulaire uit het Naar Nederland-werkboek (familie, wonen, gezondheid, vervoer, dagelijks leven, Nederlandse samenleving). Van de NN-lemma's zijn de vroege en thematisch-A1-passende woorden opgenomen in A1; complexe meerwoordige uitdrukkingen en woorden uit de latere NN-lessen zijn doorgeschoven naar de A2-uitbreiding van deze methode.
Toetssteen ERK A1:
Het Naar Nederland-werkboek is officieel A1-niveau maar bevat in strikt ERK-perspectief enkele A1+/A2-elementen (perfect-tijd, abstracte chunks, beroepsthema's). Bij twijfel is de ERK-can-do-descriptor van Taalprofielen 2015 leidend boven NN: woorden die in NN voorkomen maar volgens ERK pas op A2 verwacht worden, zijn gemarkeerd voor de A2-uitbreiding.
Criteria:
1. Frequentie — hoogfrequent in zowel spreektaal (CGN) als schrijftaal (SoNaR/ANW), zodat de woorden in vrijwel elke communicatieve situatie voorkomen.
2. Communicatieve relevantie — passend bij de ERK A1 can-do-descriptoren en de officiële DUO-eindtermen voor het Basisexamen Inburgering Buitenland (zichzelf voorstellen, persoonlijke gegevens, familie, dagelijks leven, wonen, gezondheid, vervoer, KNS).
3. Didactische haalbaarheid — circa 20-30 nieuwe items per les, in lijn met cognitive-load-onderzoek (Sweller). Werkwoorden worden als één lemma geteld en in drie presens-vormen aangeboden (ik / jij·u·hij·zij·het / wij); onregelmatige werkwoorden (zijn, hebben, kunnen, willen, gaan, doen, zien, staan, mogen, moeten, zullen, komen, weten, slaan) krijgen alle vormen apart.
Vervoegingen, meervouden en vaste verbindingen (chunks zoals "hoe gaat het", "tot ziens") worden waar nodig als zelfstandige leeritems behandeld, in lijn met onderzoek naar formulaic language (Wray) en didactische principes voor tweedetaalleerders.
Deze website is een onafhankelijk oefenplatform en geen website van de Nederlandse overheid. Wij nemen geen examens af en beoordelen niet. De officiële regels en de aanmelding staan bij Naar Nederland (DUO), IND en NederlandWereldwijd. Inhoud gecontroleerd op 1 september 2026.